Stichting Historische Cartografie van de Nederlanden

Maandag, 23 Oktober 2017 

De historische cartografie van de Nederlanden


Er zijn talloze goede cartografische studies voorhanden. Bijvoorbeeld:

 

- Over de drie Leuvense studenten Gemma Frisius, Jacob van Deventer en Gerard Mercator. Zij stonden aan de wieg van de moderne cartografie van de Nederlanden en hebben ieder op hun terrein een belangrijke bijdrage geleverd aan ontwikkeling en expansie Gemma Frisius door de toepassing van de driehoeksmeting op de landmeetkunde; de geograaf Gerard Kremer uit Rupelmonde, beter bekend als Mercator; en Jacobus de Daventria [van Deventer], de man van de praktijk, de kaartenmaker.

 

- Over de rol van Zuid Nederlandse metropool Antwerpen met de activiteiten daar van bijvoorbeeld Ortelius – de auteur van de eerste wereldatlas, het Theatrum Orbis Terrarum – en van de boekdrukker en uitgever Plantijn, die naast publicaties over diverse onderwerpen, ook verschillende cartografische werken het licht deed zien.

 

- Over de verplaatsing van de belangrijkste cartografische activiteit naar het Noorden en de grote bloei van het kaartbedrijf in Amsterdam tijdens de Gouden Eeuw. In Amsterdam vond een geweldige concentratie plaats van cartografisch vermogen. Een van de hoogtepunten vormde daar het oeuvre van Willem Jansz., die zich vanaf 1621 Blaeu noemde, en van zijn zoon Joan, die in het midden van 17de eeuw de wereldberoemde 12-delige Atlas Maior uitgaf. Ten tijde van de Blaeu’s graveerden en publiceerden in Amsterdam ook beroemde kunstenaars en ondernemers als Kaerius [de uit het Zuiden afkomstige Van der Keere], de Visschers, de familie Janssonius, enz.

 

- Over een specifieke sector van het cartografisch bedrijf, de voor de expanderen de handel zeer belangrijke zeekaarten, waar in de noordelijke Nederlanden sinds Waghenaer in de 16de eeuw een ‘wereldwijde’ reputatie was opgebouwd. Waghenaer werd een internationaal begrip: de Engelsen noemde elke zeeatlas naar hem een ‘waggener’.

 

- Over het cartografisch bedrijf in de tweede helft van de 17de en gedurende de hele 18de eeuw, toen de Nederlanden als toonaangevende grote mogendheid steeds meer op het tweede plan geraakten, maar op het gebied van boekdruk, o.a. wat betreft cartografie nog steeds de eerste viool speelden: bijvoorbeeld door de uitgaven van De Wit en de publicaties van Covens & Mortier.